Familiebedrijf Schijvens Corporate Fashion, al 160 jaar sociaal

Familiebedrijf Schijvens Corporate Fashion, al 160 jaar sociaal

29 april 2024

Familiebedrijf Schijvens Corporate Fashion, al 160 jaar sociaal

Toen: Maker van stofjassen

Nu: Maker van Faire en Circulaire bedrijfskleding voor A-merken

 

Sinds 2000 richt Schijvens Corporate Fashion zich met hart en ziel op fairwear. Sinds 2016 produceert het bedrijf bijna volledig circulair. Nederlands bekendste bedrijven als KLM, NS en Albert Heijn laten hun medewerkers door Schijvens kleden. Ambassadeurs, ministers en zelfs Zijne Majesteit de Koning kwamen naar Hilvarenbeek om te kijken hoe team Schijvens dat doet. “Nou, stapje voor stapje dus. Je moet gewoon beginnen.” Een bijzonder interview met commercieel directeur Shirley Schijvens.

Schijvens bestaat al ruim 160 jaar, al die tijd zijn jullie bij de kern gebleven: het maken van bedrijfskleding. Vertel.

“Mijn over-overgrootvader Johannes begon in 1863 met het maken van stofjassen. Hij maakte stofjassen voor de slager, de bakker, de kruidenier. Allemaal dezelfde jassen, maar de slager had een rood stukje op zijn mouw en de bakker een geel stukje. Dat is honderd jaar zo gebleven. Toen de supermarkten in de jaren zeventig hun intrede deden, begonnen we stofjassen in de huiskleuren van de supermarkten te maken. Er vielen ondertussen veel nerinkjes weg en ook het aantal supermarktketens was niet onbeperkt, dus in de jaren tachtig gingen we op zoek naar een ander type klant. Dat werden retailketens als Kruidvat, HEMA, Karwei en Intratuin. Later kwam er ook horeca bij, zoals McDonald’s, Sligro en de Compass Group. Op die manier groeiden we steeds verder.”

In welke tijd stapten jij en je broer in het bedrijf ?

“Eind jaren negentig. In die tijd zag je de tendens ontstaan van internetwinkels. Ook zag je toen al de eerste kassa-zelfscans bij supermarkten. Wij dachten dat retail misschien zou verdwijnen en zochten wederom naar uitbreidingsmogelijkheden. We kwamen uit bij de bouw- en de reissector. In 2000 zijn we begonnen met ons merk T’riffic. Daarnaast zijn we ons actief op de reisbranche gaan richten. Inmiddels is de NS één van onze grootste klanten en vorig jaar hebben we ook KLM en Transavia kunnen verwelkomen.”

Hoe ziet het bedrijf er nu uit?

“We hebben honderd medewerkers in Nederland en vijftig in onze fabriek in Turkije. Er werken ongeveer 40 medewerkers op het hoofdkantoor, 30 in ons magazijn in Bladel, 20 op onze paslocatie op Schiphol (voor KLM-personeel) en 5 op onze paslocatie in Den Bosch (voor NS- en Transavia personeel). Mijn broer is financieel directeur, mijn man algemeen directeur en ik ben commercieel directeur.”

Nog steeds een echt familiebedrijf dus.

“Jazeker, ik zou het erg leuk vinden als het bedrijf later door onze kinderen wordt voortgezet. De twee oudste werken al in het bedrijf. Eigenlijk is het hele bedrijf één grote familie; een familie van allerlei pluimage zeg ik altijd. Ik beschouw onze collega’s ook als kinderen. Ik wil graag voor iedereen zorgen. En iedereen is gelijk, of je nou schoonmaker bent of magazijnmedewerker, iedereen draagt zijn steentje bij. Laatst zijn we met z’n allen op reis geweest naar onze leverancier in Marokko.”

In 2013 bestonden jullie 150 jaar. Was dat het startsein om écht duurzaam te worden?

Nee, dat was al eerder. Ik kwam in 1998 in het bedrijf en merkte dat onze prijzen hoger waren dan die van onze concurrenten. Zij hadden hun productie al naar lage lonen landen verplaatst. Maar ja, we hadden een atelier vol naaisters, daar wilden we niet zomaar afscheid van nemen. Uiteindelijk heeft het tien jaar geduurd voordat de laatste naaister uit dienst ging. Ondertussen ging ik op zoek naar ateliers in het buitenland die het werk konden overnemen. Ik zal nooit vergeten hoe ik die eerste grote order heb aangepakt. Via Alibaba op internet deed ik een oproep: wie kan me helpen? Tientallen mailtjes uit verre landen kreeg ik terug. Uiteindelijk ging ik in zee met een naaifabriekje in Bangladesh. Achteraf natuurlijk een enorm risico. Gelukkig kwam het goed.”

Het lijkt me lastig om op eigen houtje nieuwe leveranciers te vinden…

“Dat was het ook. Daarom namen we iemand in dienst die daar veel ervaring mee had, Jaap Rijnsdorp. Samen gingen we de hele wereld over op zoek naar leveranciers. Na twee jaar reizen waren we in love, haha. Inmiddels zijn we al jaren getrouwd.”

Hebben jullie de fabriek in Bangladesh ook bezocht?

“Ja, twee maanden na de order bezochten we de fabriek. Wat we toen zagen was echt verschrikkelijk. Mensen die naast machines lagen te slapen. Het was donker, heet, muf, stoffig, vies. Er was geen goede verlichting, geen airco. Ook op straat zag je overal armoede. Ik voelde me er totaal niet fijn bij. Een ander bezoek was bij een weverij in China. Binnen hingen overal gordijnen, aan het plafond hingen doeken. Alles zat dicht, er was geen goed licht. Vernevelaars moesten zorgen dat het niet te stoffig werd, het water dat ervan af kwam druppelde in emmers die overal stonden. Ik dacht meteen: als er een vonk van de machine komt – en die kans is groot bij vieze machines – breekt er brand uit en dan zitten we als ratten in de val. Dus ik vroeg de eigenaar, Mike: wat als er brand uitbreekt? Ik vertelde dat wij in Nederland aan bepaalde veiligheidseisen moeten voldoen. Hij zei dat hij dat ook wel wilde, maar dat hij dat niet kon betalen. Toen dacht ik: laten wij dan het verschil maken. Ik zei: ‘voor elke meter stof geven we een dubbeltje extra en van dat geld ga je de fabriek verbeteren’. De volgende dag hebben we alles schoon gemaakt. Doeken eruit, met emmers sop aan de gang. Aan het eind van de dag kon de nooddeur weer open en was er licht.”

Heb je zelf meegeholpen met schoonmaken?

“Tuurlijk. Ik ben niet beter dan een ander. Ik vond – en vind – het onze verantwoordelijkheid om onze mensen in goede omstandigheden te laten werken. Enhet werkt ook door hè, mensen worden er enthousiast van. Een jaar later belde Mike: ‘Shirley, de hele fabriek is vernieuwd, dankzij jullie geld!’ Ze waren verschrikkelijk trots en wij ook.”

Niet lang daarna gingen jullie met de Fair Wear Foundation in zee?

“Klopt, ik wilde dat het goed geregeld was. Fair Wear Foundation is onafhankelijk en kritisch. Ze zeggen niet alleen: dit is goed en dit is fout. Ze zeggen ook: dit zijn onze bevindingen, wat gaan jullie eraan doen? Vervolgens gaan wij met de leveranciers om tafel. Dit moet er gebeuren, hoe kunnen we jullie helpen. Zo zorgen we stap voor stap voor betere werkomstandigheden. Toen we in 2010 begonnen hadden we een score van 5.6, nu zitten we op een 8.8.”

Jullie hebben productie partners in Marokko, Turkije, China, Pakistan, Portugal, India en Macedonië. Beschouw je hen ook als familie?

“Zeker! Sinds ons jubileum in 2013 organiseren we elk jaar een supplier meeting bij één van de leveranciers. We kennen elkaar inmiddels goed, we hebben ook een app-groep. Mijn grootste wens is dat de drager en de maker van een kledingstuk elkaar leren kennen. Dat is onze missie. Als de drager ziet wat er allemaal bij het maken van een kledingstuk komt kijken – patronen maken, stof knippen, naaien, de ritsen en knoopjes eraan maken, strijken, inpakken, transport, thuisbezorgen – zal hij of zij er veel zorgvuldiger mee omgaan. En als de maker weet wie zijn kleren draagt, zal hij trots zijn. Hij zal zijn werk met nog meer plezier en zorgvuldigheid doen.”

Dat klinkt prachtig, maar hoe doe je dat?

“We brengen het al in de praktijk. Onlangs kwamen onze medewerkers uit Turkije bijvoorbeeld naar Nederland en als eerste bezochten ze onze nieuwe locatie op Schiphol. Een paar stewardessen waren aan het doorpassen en de witte blouses die ze dragen worden in Turkije gemaakt. De makers gloeiden van trots en ook de stewardessen vonden het erg leuk. Daarna zijn we bij de Makro geweest en bij een NS-station. Iedereen, makers en dragers, stond te glunderen. Zo’n ontmoeting maakt echt impact.”

Jullie verbinden de schakels in de keten…

“Dat zie ik inderdaad als één van onze belangrijkste taken: alle schakels faciliteren om samen tot een mooi product en een prachtige ervaring te komen. Toen we het Fair Wear gedeelte onder de knie hadden, zag ik de documentaires An Inconvenient Truth en The True Cost. Verschrikkelijk, katoenvelden die totaal uitgedroogd zijn, het Aralmeer in Oezbekistan waar nog maar tien procent van over is… één en al uitbuiting van de aarde. Ik wist niet dat we zo slecht bezig waren. Samen met Stichting MADE-BY hebben we toen alle opties bekeken. Uiteindelijk was er maar één duurzame oplossing: het hergebruiken van grondstoffen. Daarmee put je de aarde niet uit en creëer je geen afval. Vervolgens zijn we gewoon begonnen. Aan al onze klanten vragen we inmiddels de kleding terug, daar hebben we een heel retoursysteem voor ontwikkeld. Die kleding wordt in Turkije geshredderd en van de stroken stof worden vezels gemaakt. Van de vezels – 50 procent gerecycled polyester en 50 procent gerecycled katoen – worden garens gesponnen en voilà: de nieuwe grondstof voor onze kleding.”

Welke rol spelen de productiepartners?

Voor zo’n proces heb je elkaar echt nodig. Tijdens onze jaarlijkse reis en via de app blijven we met elkaar praten en van elkaar leren. Samen komen we tot oplossingen. Wat je nodig hebt is openheid naar elkaar toe, dat geldt voor de hele keten. De huidige keten is een lineair model: iedereen doet zijn eigen stukje. Wij maken er een cirkel van, waarbij iedereen verantwoordelijk is voor het eindproduct. Ook de klant. De klant is namelijk onze grondstoffenleverancier. Een circulaire keten opbouwen kost tijd. Ik snap dat bedrijven hier tegen op zien. Maar mensen: we hebben geen keus. Bovendien, je krijgt er superveel energie, plezier en voldoening voor terug. Dat maakt het dubbel en dwars waard.”

Dit artikel is geschreven door Judith Munster en is te lezen in Promz Magazine. Zie ook https://promz.nl/nl/magazine/promz-magazine-01-2024/

PromZ.nl. (n.d.). PromZ Magazine 01-2024 Archives | PromZ. PromZ. https://promz.nl/nl/magazine/promz-magazine-01-2024/